AFSTANDEN EN TELLING


Wie de ring met cijfers aan de buitenzijde van het dartbord nader bekijkt, zal zich er misschien over verbazen dat de cijfers zo door elkaar staan. Er zit schijnbaar geen logica in. Toch is het met opzet zo gedaan, darts is een sport waarbij je door je kansen te berekenen een ideale score moet zien te halen en dat kost een hoop rekenwerk.

Als we de verdere vakverdeling van het dartbord bekijken wordt het al een stuk duidelijker. Wat opvalt als we met de klok mee steeds de punten van twee naast elkaar liggende vlakken optellen is, dat de som van deze vlakken schommelt tussen de 16 en 26. Wie op de 14 mikt, loopt weinig risico op een lage score. Een ideaal bed dus voor de nog niet zo trefzekere beginner: de scorekans is hoog, al zou de score hoger kunnen (als je op 20 gaat gooien, maar daar is de 1 en 5 het alternatief). Voor de beginnende gooier zijn er nog andere combinaties. Als je eenmaal zo je kansen gaat bepalen, ben je op weg een professionele speler te worden. In de meeste berekeningen die worden gemaakt ontdekken we dat de Bull en Bull’s eye niet genoemd worden. Wel is het een feit dat de Bull de meeste scoringskansen biedt voor de onervaren speler.

De buitenste ring op het bord is de nummering en een dart die dit vlak blijft steken levert geen punten op. De smalle ring die volgt (we werken dus steeds verder naar binnen) heet de ‘double’. Degene die zijn dart hierin werpt scoort het aantal punten dat bij het betreffende vakje staat (zie nummering) x 2.

De bredere ring die nu volgt heet ‘bed’ en levert eenmaal het puntenaantal van het betreffende vak op.

Dan volgt weer een smalle ring, deze heet ‘triple’ en het woord zegt het al: wie hierin scoort mag het aantal met drie vermenigvuldigen.

De middelste brede ring is weer een bed en dan volgen de Bull en de Bull’s eye, resp. 25 en 50 punten.