
ALGEMENE INFORMATIE
Als vliegerplek heb je een ruimte nodig waarin de wind vrij spel heeft, dus geen hoge gebouwen, heuvels of bomen aan de kant waar de wind vandaan komt. Maar let wel op de veiligheid en vlieger zeker niet boven andere mensen! Hieronder enkele tips voor beginners en gevorderden.
Houd afstand van:
- Vliegvelden
- Spoorlijnen (minimaal 500 mtr.)
- Hoogspanningsleidingen (minimaal 500 mtr.)
Houd rekening met:
- Andere vliegeraars; vliegerlijnen kunnen elkaar doorsnijden
- Herrie, veroorzaak geen geluidsoverlast
- Snelheid; een vlieger kan met 150 kmh hard aankomen
- Trekkracht; grote vliegers zijn in staat om volwassenen voort te slepen!
- Wandelaars en dieren
Heb je eenmaal een plek gevonden en er staat een gelijkmatige wind van 2 tot 6 Bft, ga dan met je stuntvlieger als volgt te werk:
- Zet de vlieger volgens de gebruiksaanwijzing in elkaar. Bij de meeste Delta vliegers bevinden de spanstokken zich aan de voorzijde van de vlieger, zodat het zeil vrij slap hangt en ongehinderd met de wind kan uitbollen.
- Zorg dat de stokken volledig in alle koppelstukken zijn geschoven!
Vooral na eventuele crashes de bevestiging van de stokken controleren!
- Rol beide lijnen uit en bevestig ze aan de vlieger.
Het is belangrijk dat de lijnen exact even lang zijn en niet om elkaar gedraaid zitten.
- Laat een helper de vlieger rechtop in de wind houden, zonder hulp kun je de vlieger tegen een plaatje laten leunen of plat op de grond leggen met wat zand op het zeil.
- Neem de handgrepen in de hand, trek de lijnen strak, doe een extra stap naar achteren en geef een rustige en gelijkmatige ruk aan beide lijnen.
De vlieger vliegt nu, maar is helemaal onder uw controle.
- Dat betekent dat er gestuurd moet worden want de vlieger vindt uiteraard niet zelf de juiste weg.
Een rukje naar links zorgt ervoor dat de vlieger naar links gaat en vice versa.
- Na enige oefening kan je de stunter recht boven je hoofd stil in de lucht houden, je hebt de controle over de vlieger.

|