GECONTROLEERDE FIGUREN

Een cirkel of looping maken:
Trek aan de linkerlijn en houdt die stand vast, de vlieger begint linksom te draaien; laat hem doorvliegen totdat de neus weer omhoog wijst. Houd beide handen weer gelijk en laat de vlieger tot rust komen, je kunt wel doorvliegen tot er 5 of 6 draaien in de lijn zitten. De draaiing komt er weer uit door de vlieger een looping de tegenovergestelde kant op te laten vliegen. Houd de beweging van je handen zo rustig mogelijk; kleine bewegingen zijn al voldoende om de vlieger te besturen. Korte en felle bewegingen veroorzaken een chaotisch bewegende vlieger die vrijwel zeker zal crashen!

Landen van een vlieger:
Laat de vlieger helemaal naar links of rechts uit de wind vliegen. De snelheid valt weg en de vlieger valt al bijna vanzelf veilig naar de grond.